Yassin, 33 jaar en werkzaam in de logistiek, bevindt zich op een kruispunt in zijn relatie. Hij houdt van zijn partner en droomt van een toekomst samen, maar hun visie op de rolverdeling in huis blijkt moeilijk te verenigen. Waar hij hoopt op een traditioneel model waarin zijn vriendin de meeste huishoudelijke taken op zich neemt, ziet zij dat totaal anders. Ze verwacht een gelijkwaardige bijdrage – iets wat Yassin lastig vindt te accepteren.
Volgens hem ligt zijn perspectief op deze rolverdeling diep verankerd in zijn opvoeding. Hij groeide op in een huishouden waarin zijn moeder altijd het voortouw nam: zij kookte, poetste, en zorgde ervoor dat het huis altijd netjes was. Die vertrouwde structuur heeft zich in zijn hoofd vastgezet als de norm. “Zo ging het gewoon bij ons thuis,” vertelt hij. “Mijn vader werkte hard, en mijn moeder zorgde voor alles daarbuiten. Dat was harmonieus. Voor mij voelde dat veilig.”
Maar nu hij samenwoont met een vrouw die haar eigen carrière heeft opgebouwd en waarde hecht aan gelijke verantwoordelijkheid, komt hij voor een uitdaging te staan. Zij maakt duidelijk dat ze het vanzelfsprekend vindt dat beide partners, ongeacht geslacht, bijdragen aan het huishouden. En omdat ze fulltime werkt, voelt ze zich tekortgedaan wanneer verwacht wordt dat zij alsnog het grootste deel op zich neemt.
Yassin probeert het vanuit haar perspectief te bekijken, maar merkt dat hij zich moeilijk kan losmaken van zijn vertrouwde beeld. Hij voelt zich verantwoordelijk op zijn eigen manier: hij zorgt voor financiële stabiliteit, neemt initiatief in gezamenlijke plannen, en is er altijd als ze hem nodig heeft. Voor hem is dat óók zorg dragen. Maar voor zijn vriendin weegt dat niet op tegen het feit dat zij na een lange werkdag ook nog het grootste deel van het huishouden moet doen.
De gesprekken die ze hierover voeren, verlopen vaak moeizaam. Wat voor hem vanzelfsprekend is, ervaart zij als een scheefgetrokken dynamiek. Ze voelt zich niet gezien in haar inspanningen, terwijl Yassin zich juist niet erkend voelt in wat hij meebrengt aan steun en structuur. “Ik werk keihard, dat lijkt ze soms te vergeten,” zegt hij. “Ik wil haar alles geven wat ze nodig heeft. Maar als dat betekent dat ik alles moet loslaten waar ik mee ben opgegroeid, weet ik niet of dat eerlijk is.”
Binnen zijn vriendengroep krijgt Yassin wisselende reacties. Sommigen vinden dat hij moet meegroeien met de tijd en zich flexibeler moet opstellen. Anderen snappen zijn standpunt juist wel en moedigen hem aan om bij zijn visie te blijven. Zelf voelt hij dat hij ergens tussen die twee werelden zweeft: het verlangen om zijn partner gelukkig te maken, versus de moeite om zich aan te passen aan een beeld van gelijkwaardigheid dat hij niet als vanzelfsprekend ervaart.
Hij is zich ervan bewust dat hun onenigheid over huishoudelijke taken niet zomaar een praktisch meningsverschil is, maar raakt aan diepere ideeën over rolpatronen, verbondenheid en hoe je samenleven vormgeeft. Yassin wil geen afstand doen van zijn kernwaarden, maar beseft ook dat vasthouden daaraan de relatie onder druk zet.
“Misschien moet ik op zoek naar een nieuw evenwicht,” denkt hij hardop. “Ik wil niet dat dit tussen ons in blijft staan. Maar ik wil ook niet dat alles waar ik in geloof zomaar verdwijnt.” Hij zoekt geen winnaar in het gesprek, maar hoopt op een manier waarop ze elkaar kunnen begrijpen zonder zichzelf kwijt te raken.
Of het lukt om dat evenwicht te vinden, weet hij nog niet. Maar één ding staat vast: hij is bereid erover te praten, zolang er ruimte is voor beide verhalen. Want als liefde de basis is, moet er ook ruimte zijn om samen te groeien – zelfs als dat begint bij iets simpels als wie de afwas doet.
