Niet de wolf, maar wij moeten veranderen…

Het was een frisse ochtend op de Veluwe. De dauw hing als een sluier over de uitgestrekte heidevelden terwijl de eerste zonnestralen hun weg vonden tussen de dennenbomen.

Boswachter Kees trok zijn jas wat dichter om zich heen en keek bedachtzaam naar het slingerende zandpad voor hem. Opnieuw was er een melding binnengekomen van een boer die een doodgebeten schaap had gevonden, vermoedelijk door een wolf. Hij wist dat er nu weer dezelfde verhitte gesprekken zouden volgen als altijd.

De terugkeer van de wolf in Nederland heeft de gemoederen flink in beweging gebracht. Waar de één het als een verrijking voor de natuur ziet, beschouwt de ander het roofdier als een directe bedreiging.

Volgens Kees ligt de kern van het probleem echter niet bij de wolf zelf, maar bij de manier waarop mensen reageren op zijn aanwezigheid. Hij benadrukt dat de wolf al eeuwenlang deel uitmaakt van het Nederlandse landschap en dat mensen moeten leren omgaan met die realiteit.

Sinds de wolf officieel opnieuw in ons land is waargenomen, hebben berichten over aangevallen schapen, nerveuze wandelaars en ongeruste boeren regelmatig de krantenkoppen gehaald.

Kees vertelt dat hij wekelijks telefoontjes krijgt van mensen die zich niet meer veilig voelen in de natuur. Toch blijft het vaak stil als hij vraagt welke concrete maatregelen zij zouden willen zien. Volgens hem draait het om het herwinnen van een stukje natuurlijke balans en acceptatie.

Hij legt uit dat mensen zijn opgegroeid met het idee dat de natuur volledig door hen te sturen is. Grote roofdieren passen daar niet in, omdat men hun aanwezigheid niet meer gewend is.

Kees vergelijkt het met de ree, waar vrijwel niemand bang voor is, simpelweg omdat het dier al generaties lang wordt gezien als een vertrouwd onderdeel van het landschap. Hij verwacht dat de wolf op den duur dezelfde status kan krijgen, mits er tijd wordt genomen om te wennen.

Niet iedereen deelt die visie. Boer Henk de Vries, die in de buurt zijn melkveebedrijf runt, is het zat om telkens karkassen van zijn land te halen. Voor hem zijn de schapen net zo goed een onmisbaar onderdeel van het platteland, en hij voelt zich machteloos tegenover het roofdier. Het frustreert hem dat er volgens hem vooral wordt gepraat, terwijl de schade zich opstapelt.

Kees begrijpt de boosheid, maar wijst erop dat er inmiddels praktische oplossingen bestaan. Hij noemt stevige hekken, elektrische afrasteringen en waarschuwingssystemen die het risico op aanvallen kunnen verkleinen. Volgens hem zit het echte probleem in de weerstand tegen verandering. De natuur past zich namelijk niet altijd aan de mens aan, en het idee dat alles maakbaar is, kan botsen met de werkelijkheid.

Voor veel wandelaars roept de aanwezigheid van de wolf eveneens vragen op. Irene, een frequente bezoeker van het gebied, vindt het vervelend dat ze haar hond aangelijnd moet houden en bepaalde paden vermijdt.

In haar ogen zou de wolf zich meer moeten aanpassen aan menselijke activiteiten. Maar volgens Kees draait dat denken de situatie juist om. De natuur is geen stedelijk park, en de wolf heeft net zo veel recht van bestaan als iedere andere diersoort.

Bioloog Marieke Jansen deelt deze mening volledig. Zij benadrukt dat de wolf niets anders doet dan jagen en overleven, precies zoals het dier altijd heeft gedaan. Het verschil is dat de mens zijn leefomgeving sterk heeft veranderd, waardoor de confrontatie nu vaker plaatsvindt. Dat roept emoties op, maar verandert niets aan het natuurlijke gedrag van de wolf.

Feitelijke gegevens spelen in deze discussie vaak een ondergeschikte rol. Kees haalt cijfers aan: in Nederland leven ruim 800.000 schapen, waarvan er afgelopen jaar iets meer dan 300 slachtoffer werden van een wolf. Het beeld dat er sprake zou zijn van een nationale crisis vindt hij dan ook overtrokken, al wil hij de pijn voor getroffen boeren niet bagatelliseren.

De toekomst met de wolf in Nederland blijft een onderwerp van discussie. Kees verwacht dat het dier een blijvende plaats in ons land zal hebben en dat weerstand langzaam zal afnemen naarmate mensen meer vertrouwd raken met zijn aanwezigheid. Boeren hopen intussen op oplossingen die zowel hun dieren beschermen als ruimte laten voor het roofdier.

Hoe het debat zich ook ontwikkelt, één ding is duidelijk: de wolf zal niet zomaar verdwijnen. Het is aan mensen om te beslissen hoe zij met deze nieuwe realiteit omgaan. Zoals Kees glimlachend zegt terwijl hij over het bos uitkijkt: over een paar jaar praten we waarschijnlijk over iets heel anders. Misschien is dat wel de grootste les die de wolf ons kan leren.

Wat vind jij: hoort de wolf thuis in Nederland, of is hij een gevaar voor mens en dier? Deel je mening en praat mee in onze Facebook-discussie.

Bron: Trendyvandaag.nl

Must-See